Evolutie wordt vaak in één zin genoemd met “survival of the fittest”, de mogelijkheid om in een bepaalde omgeving te kunnen overleven. “Survival of the fittest” of natuurlijke selectie is vanzelfsprekend erg relatief. Een ijsbeer zal op de noordpool veel beter kunnen overleven dan een kameel, maar in de woestijn zal de kameel ‘fitter’ zijn om te overleven. Ook binnen één soort zijn er verschillen tussen de individuen. Denk maar aan de witte motten die beter geschikt waren om te overleven op witte berken. Toen die berken zwart werden door vervuiling waren de witte motten echter in het nadeel omdat de zwarte motten zich veel beter konden camoufleren.
Toch draait niet alles in het leven om overleven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het doel om te overleven slechts in de schaduw staat van de bedoeling om je voort te planten en zo je genen door te geven aan de volgende generatie. Hier doet seksuele selectie zijn intrede. Waarom lopen mannetjes-pauwen rond met een staart die het hen helemaal niet makkelijker maakt om te overleven? Inderdaad, om makkelijker aan een vrouwtje te komen en om zich dus te kunnen voortplanten. Een prachtig voorbeeld over seksuele selectie vond ik op Fantastisch. Het is een filmpje over paradijsvogels en echt de moeite waard om te bekijken.
Toch blijkt voor een individu het doorgeven van de genen niet altijd het hoogste doel. Bij sommige diersoorten – zoals bijen – zijn individuen minder belangrijk en staat het overleven van de soort centraal. Voortplanting zou dus in functie staan van de overleving van de soort.
Je zou dus kunnen samenvatten dat je probeert te overleven tot je in staat bent om je genen door te geven, om zo je soort te helpen overleven. Individuen zijn op die manier dus slechts elementen die de soort in stand moeten houden door zichzelf op te offeren – stekende bijen – of door zich voort te planten.
Ik zal waarschijnlijk hier en daar kort door de bocht gegaan zijn, alles zit waarschijnlijk een stuk subtieler in elkaar, maar ik vind dit razend interessant om over na te denken. Reageer gerust.


Wel, het is inderdaad razend interessant, en er zijn dan ook bibliotheken over vol geschreven, soms met heel goede boeken. Dawkins’ The Selfish Gene al eens geprobeerd?
De grens tussen “overleven van het individu” en “overleven van de soort” heeft veel te maken met simpele rekenkunde: hoeveel percent van je genen heb je gemeenschappelijk met je soortgenoten? Namelijk…
Als je (zoals een bij) jezelf opoffert voor individuen met wie je (veel) meer dan 50% van je genen deelt, dan krijg je daarmee een groot percentage van je genen in de volgende generatie. Maar als je jezelf opoffert voor individuen met wie je relatief weinig genen deelt, dan heb je natuurlijk alleen maar eigen genen uit de toekomstige generatie onttrokken. (Ergo, ouders offeren zich veel vaker op voor hun *eigen* kinderen dan voor kinderen van anderen. Ga gerust checken.))
Vanaf dat punt moet je er alleen maar wat “natuurlijke selectie” bijhalen, plus wat ikzelf “evolutionaire calculus” (je kent de weg…) noem, en the rest is histo- oeps, ik bedoel natuurlijk: mathematics…
Ik kan de vorige reactie alleen maar onderschrijven. Lees vooral The Selfish Gene!
Dan ga ik dat zeker eens doen, bedankt alletwee!